Water! Zwemmen! Verfrissing! Dat is wat we zoeken, en daarvoor rijden we naar Lake Mead. Eén van de 2 meren waar we nu al sinds onze aankomst hier rondcirkelen, maar dus nog nooit geraakt zijn. Lake Powell en Lake Mead zijn beide twee gigantische stuwmeren, verantwoordelijk en onontbeerlijk voor het leven hier. Zonder de electriciteit en het water van deze meren geen leven in Las Vegas, laat staan fonteinen.
Als we aan de meest noordelijke haven/baai van het meer komen, is er echter niet veel leven te bespeuren, de camping en het plaatselijke restaurant zijn verlaten. Dat heeft – hoogstwaarschijnlijk – alles te maken met de grote afwezige; het water zelf. Vandaag rijkt het meer niet tot hier. Grote schommelingen zijn niet zo abnormaal hier, je zou het zelfs aan de stand van het meer kunnen merken wanner de pieken in stroomverbruik in Las Vegas en Los Angeles zijn.
Aan de volgende haven doen we een nieuwe poging tot zwemmen. Hier is het echter verboden omwille van de boten. Laura gaat raad vragen en we worden verwezen naar een kaap even terug waar er wel kan gezwommen worden. Via een dirt road langs een al even verlaten reeks vakantiehuisjes, bereiken we het meer. Het is echt superwarm hier; we zitten niet zo hoog meer, en er is geen zuchtje wind. Met onze t-shirt aan duiken we het meer in. Van afkoeling is er niet echt sprake, want ook het meer zelf moet zeker een graad of 25 zijn, schatten we.

We waren van plan om aan het meer te overnachten, maar door het ontbreken van campings en de hitte, kiezen we ervoor door te rijden naar Las Vegas en daar ons geluk te beproeven.
Maar eerst nog even wat verbouwingswerken aan het meer. Met de zachte kleigrond maken we een minstens even indrukwekkende replica van het Empire State Building. Nevada is ons dankbaar voor deze nieuwe attractie.
De laatste kilometers die we afleggen met onze Dodge Avenger zijn zeer indrukwekkend. Over een vernieuwde weg, maar zonder ook maar iemand tegen te komen, slingeren we door Nevada. Bochten afsnijden en niet hoeven remmen; puur genietene in dit prachtige decor. Mocht de E40 langs hier komen, het zou een plezier zijn om elke dag naar Brussel te pendelen. We merken enkele Joshua Trees op; merkwaardige bomen!
In Las Vegas aangekomen staat onze kilometerteller net geen 3000 kilometer verder. We beseffen dat het moeilijk wordt om deze roadtrip nog te overtreffen, maar duiken net voor zonsondergang nieuwsgierig Las Vegas in. Het voelt een beetje als thuiskomen, maar door ons (ver)kort verblijf 2 weken geleden, zijn we eager om het nachtleven hier te ontdekken en ons te laten verbluffen door de kitsch.
We hebben een hotel geboekt voor onze aankomst in Las Vegas, maar die was voor morgen gepland. We wagen toch onze kans in het geboekte Best Western hotel, en ze hebben ook een dag vroeger net nog een kamer voor ons. Het is wel geen kamer met Double Queen. Sjah, we slapen toch in hetzelfde bed. In de kamer is een keuken en volledige salon. Eigenlijk meer een vakantiehuis dan hotel. Het hotel ligt aan de Paradise Road, een parallelstraat met de Las Vegas Boulevard, achter het golfterrein van het Wynn hotel.

De eerste avond in Las Vegas spenderen we in The Venetian, met een volledige rivier plus gondeliers – op het eerste verdiep! -, kijkend naar het absurde spektakel met zinkende boten, dansende piraten en knallend vuurwerk voor het Treasure Island hotel, en uiteindelijk met een – veel te koude – Chimay in een bar in het Bellagio. The Strip is één groot pretpark, maar wel één met uitzonderlijk oog voor details. Alles is nep, maar tot in de puntjes afgewerkt. Quality kitsch? Enkele uren lang wandelen we van hotelcasino naar casinohotel en kijken onze ogen uit.