Las Vegas, baby!
Onze laatste – echte – Amerikaanse dag, de vliegtuigreis niet meegerekend. Nadat we al 17 dagen van de ene verbazing in de andere vallen, véél ademenbenemende mo(nu)menten (in alle facetten van het woord) hebben bewonderd, en daardoor toch wel wat van onze melk zijn, doen we het vandaag iets rustiger aan. Laat ons zeggen dat we toch op z’n minst lang uitslapen, rustig een duik in het zwembad nemen (wat enorm veel deugd doet, al is het effect na 5 minuten in de brandende zon al gauw weer teniet gedaan), alles mooi inpakken en pas tegen 16u de stad weer induiken …

We nemen de Las Vegas Monorail (en niet “de shuttle“, zoals Jurriaan weleens placht te zeggen) tot de eindhalte, het MGM-hotel. We worden er alweer meteen ondergedompeld in de slots, speeltafels en een eindeloze stroom aan dikke mensen. Opvallend: de ‘delers’ aan de speeltafels zitten er stoïcijns bij en doen geen enkele moeite om je te lokken. Verboden bij wet, misschien? Wat dan weer niet verboden is hier, en blijkbaar als enige plek in Amerika, is reclame maken voor gewillige meisjes, en hun diensten.
We moeten telkens heel wat moeite doen om de uitgang van de casino’s te vinden, en als je een ‘uitgang’ vindt, is dit vaak gewoon de ingang van een ander casino in het naburig hotel.
Naast MGM Grand, met zowel een echte als een gigantisch grote bronzen leeuw, deden we ook New York New York (I will say this only once). Best spectaculair, al is het maar een een flauw afslagje van the real deal, die we een tweetal weken eerder bewonderden, uiteraard. De rollercoaster die ‘door’ NY raast, is desalniettemin spectaculair genoeg, waardoor Laura voet bij stuk houdt om dit aan haar voorbij te laten gaan.
Het middeleeuwse hotel-annex-duplokasteel Excalibur is een beetje zielig naar Las Vegas normen. In het Luxor hotel, een nagebouwde piramide die weliswaar groter is dan gelijk welke ‘echte’ piramide, kunnen in de inkomhal volgens onze gids wel 9 jumbo jets. Ondanks het feit dat dat toch wel lichtelijk overdreven is, is het inderdaad spectaculair groot.
De avond begint te vallen en de magen beginnen te grollen. Eerst waren we van plan een all-you-can-eat-buffet te doen – naar ‘t schijnt een must-do in Vegas – maar we zien er van af met de gedachte dat er wel wat vegetarische kost zal zijn, maar dat dit wellicht tot een minimum beperkt is. Wat hebben wij aan oesters en kreeft? En plus is de rij aan het buffet van Paris toch wel een paar tiental meter te lang naar onze zin. We flaneren onder de Eiffeltoren (de helft zo klein als grote broer), waar we een Frans-Italiaans-restaurantje vinden waar ze vegetarisch eten hebben. Naar goede Amerikaanse gewoonte worden we er door wel 5 verschillende mensen bediend: iemand die ons ontvangt en naar de tafel brengt, een ‘vaste’ dienster die bestelt en af en toe (lees: constant) komt vragen of everything fine is, honey, iemand die water komt in- en bijschenken, iemand die het eten komt brengen, en dan loopt er hier nog iemand extra rond die nutteloos hangt rond te dralen en mopjes over Le roi Albert komt verkondigen.
Na ons lekkere eten, en superheerlijk dessertje, zetten we koers richting Bellagio, waar we enkele keren met open mond (alweer!) het fonteinenspektakel bewonderen. Het water van de aangelegde ‘vijver’ voor het hotel komt tot ongeveer de twintigste verdieping (wild guess), en is gewoonweg geweldig! Het is ook elke keer een andere voorstelling, met andere muziek (van Elvis tot Andrea Bocelli) en een andere ‘choreografie’. Enorm!
Nog ferm onder de indruk trekken we naar het – potverdorie, ook al indrukwekkende – Caesar’s Palace. We doen hier echt alle Europese toeristische plaatsen aan … Laura ziet het allemaal iets donkerder als de rest; een zonnebril op sterkte is handig, maar dan moet een mens natuurlijk ook wel de gewone bril meepakken voor ’s avonds …

Lichtelijk gedeprimeerd door het aanzicht van de aan-slots-verslaafde-mensen en verbluft door de snelheid waarmee de ons redelijk onbekende spelletjes als Blackjack en Poker worden gespeeld, zien we af van het idee om zelf te gokken in Vegas. Bovendien zijn we ondertussen al weer goed moe gestapt en verlangen we naar ons heerlijk zachte bed.
Las Vegas is kitch, maar wel van een overdonderende en overweldigende soort. Vergelijkingen zijn onmogelijk te maken en namaak-Las Vegas-sen zouden deze ongelooflijke stad wellicht oneer aandoen.
Woensdag 23 juli gaat de wekker véél te vroeg af … *geeuw*. Maar ‘t is dan ook nodig, om 7u30 vertrekt ons vliegtuig, over New York terug naar Brussel.
Bij Avis wacht ons nog een leuke verrassing: we blijken de extra tax voor min-25-jarigen niet te hoeven betalen. 200 dollar uitgespaard, daar kan een mens al eens iets mee doen.
Helaas geen business class deze keer, maar we weten ons wel bezig te houden: slapen, lezen, filmpje kijken … de usual vliegtuig-stuff dus.
In New York zitten we nog 3,5 uur vast door de weersomstandigheden. Op een bepaald moment kregen we in het vliegtuig het niet al te optimistisch bericht dat we in ‘the line’ stonden, en dat er nog zo’n 20 vliegtuigen voor ons waren … Maar al bij al verliep de reis prima, en waren we tegen half elf ’s morgens in Brussel. Bovendien was deze keer onze bagage wel degelijk mee! Oef …
Wat een reis, jongens. Wat was dat nu allemaal? Alle superlatieven bij elkaar zijn nog ontoereikend om dit te beschrijven. Geweldig komt wellicht het meest in de buurt …
Volgend jaar gaan we terug; Los Angeles, Yosemite, Death Valley, Joshua Tree, Sequoia, San Francisco, … De wishlist groeit.